ZELFSTANDIGE: ONDERNEMER OF NIET?

ZELFSTANDIGE: ONDERNEMER OF NIET?

Als je besluit om als zelfstandige aan de slag te gaan – in de volksmond: om ZZP-er te worden – dan heeft dat gevolgen voor je inkomstenbelasting- en je sociale zekerheidspositie. Wat die gevolgen zijn hangt af van de kwalificatie van je werkzaamheden: geniet je inkomsten als ondernemer, als resultaatgenieter of is wellicht toch sprake van looninkomsten…

Relevantie van de kwalificatie als ondernemer

De kwalificatie als ondernemer is relevant omdat in dat geval recht bestaat op een aantal flinke vaste aftrekposten, namelijk de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Daarnaast kunnen de zakelijke kosten in aftrek worden gebracht, geldt een extra aftrekpost bij investeringen en kan een oudedagsreserve worden gevormd.

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek is opgebouwd uit een aantal onderdelen met als meest voorkomende de zelfstandigenaftrek (€ 7.280) en de startersaftrek (€ 2.123). Als de ondernemer de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt bedragen ze de helft hiervan. Voor beide aftrekken moet in het kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan de onderneming worden besteed (urencriterium). Het is daarom verstandig de bestede uren op enige wijze bij te houden. Daarnaast moet vanaf het zesde jaar meer tijd (>50%) worden besteed aan de onderneming dan aan andere werkzaamheden (als er bijvoorbeeld ook looninkomsten zijn).

De startersaftrek kan 3 keer in de eerste 5 ondernemersjaren worden toegepast. Als de winst (nog) te laag is om de zelfstandigenaftrek helemaal te benutten, dan kan het ongebruikte deel worden meegesleept naar de volgende 9 jaren.

MKB-winstvrijstelling

Vervolgens heeft de ondernemer recht op een vaste aftrek van 14% van de winst, d.w.z. na aftrek van de ondernemersaftrek.

Zakelijke kosten

De ondernemer kan alle zakelijke kosten in aftrek brengen. Wel dient een correctie van de aftrek plaats te vinden voor zover de kosten een privé-element bevatten (zoals bij eten, drinken, de telefoon, de auto, etc.).

Investeringsaftrek

Bij een investering in bedrijfsmiddelen (computer, telefoon, etc) mag een extra bedrag van de winst worden afgetrokken. De aftrek bedraagt 28% bij een totale investering in een kalenderjaar tussen € 2.301 en € 56.192 ex BTW. Het percentage neemt vervolgens in stappen af en bedraagt 0% vanaf een totale investering van € 312.176 ex BTW. De afzonderlijke investeringen moeten minimaal € 450 ex BTW bedragen en sommige investeringen zijn uitgesloten. Voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen, duurzame energie en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen bestaan nog aanvullende aftrekmogelijkheden. Dit betekent bijvoorbeeld dat de aankoop van een personenauto geen recht geeft op investeringsaftrek, maar dat de aankoop van een volledig elektrische personenauto wel recht geeft op een aanvullende aftrek.

Fiscale oudedagsreserve

Een ondernemer mag jaarlijks een bedrag van de winst reserveren voor de oudedag. De belastingheffing hierover wordt dan uitgesteld totdat de reserve vrijvalt (bijvoorbeeld bij staking van de onderneming) of – als een pensioenproduct worden aangekocht – totdat de pensioenuitkeringen plaatsvinden.

De jaarlijkse reservering bedraagt 9,8% van de winst met een maximum van € 8.946 onder de voorwaarde dat aan het urencriterium wordt voldaan en het ondernemingsvermogen hoog genoeg is.

Niet voldaan aan het urencriterium?

Is wél sprake van ondernemerschap maar wordt níet voldaan aan het urencriterium dan geldt de ondernemersaftrek níet en kan géén toevoeging aan de oudedagsreserve plaatsvinden. Wel blijft er recht op de MKB-winstvrijstelling, de aftrek van de zakelijke kosten en de investeringsaftrek.

Maar wanneer kwalificeer je als ondernemer voor de inkomstenbelasting?

De criteria of sprake is van ondernemerschap voor de inkomstenbelasting komen voort uit wet- en regelgeving, maar vooral uit de inkleuring hiervan in de rechtspraak. Kort gezegd is sprake van ondernemerschap als werkzaamheden zelfstandig en voor eigen rekening worden verricht en er daarbij ondernemersrisico wordt gelopen.

Hoewel de rechtspraak voorbeelden te over geeft, bestaat er helaas geen ‘omslagpunt’ of iets dergelijks. De beoordeling moet plaatsvinden van geval tot geval. De ‘Ondernemerscheck’ op de website van de belastingdienst kan helpen bij de beoordeling van het ondernemerschap.

Wat als géén ondernemer?

Als geen sprake is van ondernemerschap dan is sprake van inkomsten als resultaatgenieter dan wel van looninkomsten. Kort gezegd:

  • De resultaatgenieter (ook wel inkomsten uit overig werk, inkomsten als freelancer) kan wel de zakelijke kosten in aftrek brengen, maar heeft géén recht op de ondernemersaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de investeringsaftrek of vorming van de oudedagsreserve.
  • De belastingdienst kan de stelling innemen dat sprake is van inkomsten uit loondienst. Als sprake is van loondienst bestaat géén van de genoemde aftrekposten én is de inlener verplicht tot de inhouding en afdracht van loonheffingen en premies werknemersverzekeringen.

Bij twijfelgevallen met betrekking tot het ondernemerschap zou een ‘modelovereenkomst’ tussen opdrachtgever en opdrachtnemer duidelijkheid moeten verschaffen over het ondernemerschap. Dit ingevolge de ‘Wet DBA’ die op 1 mei 2016 is ingegaan. De opdrachtgever weet dan dat geen plicht bestaat tot de inhouding en afdracht van loonheffingen en premies werknemersverzekeringen. De Wet DBA lijkt echter nog niet altijd de gewenste rechtszekerheid te geven.

Belastingen en premies sociale zekerheid

Afhankelijk van de kwalificatie van het inkomen zijn inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en/of de bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd.

Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen

Inkomsten zijn altijd onderworpen aan belastingheffing in box 1, dat wil zeggen of het nu ondernemerswinst, resultaat uit werkzaamheden of loon betreft. De belastingtarieven in box 1 lopen op van 36,55% bij een belastbaar inkomen tot € 19.981 tot maximaal 52% bij een belastbaar inkomen vanaf € 67.072. Deze belastingtarieven zijn inclusief de premie volksverzekeringen, dat wil zeggen de premies voor de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (Anw) en de Wet langdurige zorg (Wlz).

Werknemersverzekeringen

In geval van loondienst is de werkgever verplicht premies voor werknemersverzekeringen in te houden en af te dragen. Het betreft premies voor de Werkloosheidswet (WW), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Ziektewet (ZW).

Bij inkomsten als ondernemer of als resultaatgenieter bestaat deze verzekeringsplicht niet. Omdat de ondernemer cq. resultaatgenieter dan ook niet voor de betreffende risico’s verzekerd is, kan het afhankelijk van de persoonlijke situatie uiteraard verstandig zijn om de betreffende risico’s (deels) af te dekken.

Bijdrage Zorgverzekeringswet

Daarnaast is een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet verschuldigd. Deze bijdrage komt bovenop de premies die aan de ziektekostenverzekeraar verschuldigd zijn.

In geval van loondienst betaalt de werkgever de werkgeversheffing Zvw. In geval van inkomsten als ondernemer of als resultaatgenieter wordt een aanslag Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw opgelegd van 5,4% van de winst tot een maximaal premie-inkomen van € 53.701. De aanslag bedraagt dus maximaal € 2.900.

Samenvatting: ondernemer, resultaatgenieter, loongenieter

Het bovenstaande is schematisch als volgt samen te vatten:

Kwalificatie Ondernemer Resultaat-genieter Loon-genieter
Voldaan aan urencriterium: Ja Nee
Ondernemersaftrek
Mkb-winstvrijstelling
Aftrek zakelijke kosten
Investeringsaftrek
Oudedagreserve
IB en premie volksverz. ja ja ja ja
Werknemersverzekeringen niet verplicht niet verplicht niet verplicht werkgever
Bijdrage Zvw ja ja ja werkgever

Afsluitend

De kwalificatie van de inkomsten als winst uit onderneming dan wel inkomsten uit resultaat dan wel looninkomsten, leidt tot een behoorlijk verschillende inkomstenbelasting- en sociale zekerheidspositie. De achtergrond en/of wenselijkheid hiervan is geen onderwerp van dit schrijven. Wel kan het bij aanvang van activiteiten verstandig zijn bewust te zijn van deze verschillen. Zeker als twijfel kan bestaan over de kwalificatie van de werkzaamheden.

Alle genoemde getallen zien op het belastingjaar 2017. Het geschrevene is onder voorbehoud van mogelijke veranderingen van wet- en regelgeving en jurisprudentie na plaatsing van dit artikel.

Bart van der Veeken