AANGIFTE INKOMSTENBELASTING: WIE, WAT EN WANNEER

AANGIFTE INKOMSTENBELASTING: WIE, WAT EN WANNEER

Vanaf 1 maart 2020 kan de aangifte inkomstenbelasting over 2019 worden ingediend. Wie daartoe door de belastingdienst is uitgenodigd, moet de aangifte indienen. Wie niet is uitgenodigd mag of moet vrijwillig aangifte doen afhankelijk van de feiten. Dit geldt zowel voor binnenlands als voor buitenlands belastingplichtigen. Hieronder wordt beschreven wie aangifte moet doen, wat er in de aangifte moet worden opgenomen en wanneer de aangifte moet zijn ingediend.

1. Wie moet aangifte doen?

A. Binnenlands belastingplichtige

Wie door de belastingdienst wordt uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen, is verplicht die aangifte te doen. Ook als er geen belasting verschuldigd is. Wie niet wordt uitgenodigd moet tóch aangifte doen als een betaling van meer dan € 46 wordt verwacht en mág aangifte doen als een belastingteruggaaf van meer dan € 15 wordt verwacht. Samengevat:

Wel uitgenodigd Aangifte moet worden ingediend
Niet uitgenodigd, verwachte betaling > € 46 Aangifte moet worden ingediend
Niet uitgenodigd, verwachte teruggaaf > € 15 Aangifte mag worden ingediend
B. Buitenlands belastingplichtige

Het bovenstaande geldt ook voor buitenlands belastingplichtigen, dat wil zeggen zij die buiten Nederland wonen maar in Nederland belastbaar inkomen hebben.

2. Wat moet in de aangifte worden opgenomen?

A. Binnenlands belastingplichtige

Inkomsten zijn verdeeld in 3 boxen met ieder een eigen belastingtarief:

  • In box 1 wordt het ‘inkomen uit werk en woning’ belast:
    • Inkomen uit werk: inkomsten uit winst, loon, overige werkzaamheden en periodieke uitkeringen.
    • Inkomen uit woning: huurwaardeforfait van de eigen woning -/- rente en kosten.
    • Aftrekposten: premies voor inkomensvoorzieningen zijn onder voorwaarden aftrekbaar (lijfrenten, arbeidsongeschiktheid).
    • Belastingtarief: oplopend tot maximaal 51,75%.
    • Verliezen uit box 1 zijn verrekenbaar met inkomsten uit box 1 (3 jaar terug en 9 jaar in de toekomst).
  • In box 2 wordt het ‘inkomen uit aanmerkelijk belang’ belast:
    • Aanmerkelijk belang: aanwezig bij een (in)direct bezit samen met de fiscaal partner van 5% van de aandelen of (genotsrechten van) winstbewijzen in een binnen- of buitenlandse vennootschap dan wel het stemrecht in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag.
    • Inkomen: regulier voordeel (zoals dividend) en vervreemdingsvoordeel (zoals verkoopwinst op de aandelen).
    • Belastingtarief: 25%.
    • Verliezen uit box 2 zijn verrekenbaar met inkomsten uit box 2 (1 jaar terug en 6 jaar in de toekomst).
    • Indien er geen aanmerkelijk belang meer is maar nog wel een onverrekend box 2 verlies, dan kan dit worden omgezet in een belastingkorting ter vermindering van de belasting in box 1.
  • In box 3 wordt het ‘inkomen uit sparen en beleggen’ belast:
    • Grondslag: bezittingen -/- schulden -/- heffingsvrij vermogen.
    • Heffingsvrij vermogen: € 30.360 per belastingplichtige.
    • Inkomen: een fictief rendement over de grondslag. In 2019 bedraagt het fictief rendement 1,94% tot een grondslag van € 71.650, 4,45% op de grondslag tussen € 71.651 en € 989.736 en 5,60% over het meerdere.
    • Belastingtarief: 30%.

Daarnaast zijn er aftrekposten, heffingskortingen en verrekeningen voordat het belastingbedrag resteert:

  • Persoonsgebonden aftrek:
    • De volgende kosten zijn aftrekbaar: betaalde alimentatie / zorgkosten / studiekosten / uitgaven rijksmonumentenpand / kwijtgescholden durfkapitaal / giften
    • Enkele van deze aftrekposten hebben eigen aftrekdrempels.
    • De aftrekposten komen in aftrek van achtereenvolgens het inkomen in box 1, dan box 3 en dan box 2. Een eventueel restant kan in een volgend jaar in aftrek komen.
  • Buitenlandse inkomsten en/of bezittingen/schulden kunnen recht geven op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (afhankelijk van een toepasselijk belastingverdrag dan wel het Nederlandse Besluit voorkoming dubbele belasting).
  • Na toepassing van de heffingskorting(en), aftrek van voorheffingen (loonbelasting/dividendbelasting) en verrekening van voorlopige aanslagen of teruggaven resteert een te betalen of te ontvangen belastingbedrag.

Het bovenstaande is als volgt samen te vatten:

  BOX 1: WERK EN WONING BOX 2: AANMERKELIJK BELANG BOX 3: SPAREN EN BELEGGEN
+/- BELASTBARE INKOMENS
+/+ winst uit onderneming
loon
resultaat uit ov. werkzaamheden
periodieke uitkeringen
reguliere voordelen a.b.
vervreemdingsvoordelen a.b.
bezittingen
-/- schulden
-/- heffingsvrij vermogen
-/- premies inkomensvoorzieningen
+/- eigen woning: huurwaardeforfait -/- rente en kosten
-/- persoonsgebonden aftrek (aftrekken van inkomen box 1, dan box 3, dan box 2):
betaalde alimentatie / zorgkosten / studiekosten / uitgaven rijksmonumentenpand / kwijtgescholden durfkapitaal / giften
-/- restant persoonsgebonden aftrek vorige jaren (aftrekken van inkomen box 1, dan box 3, dan box 2)
-/- verrekenbare verliezen box 1 verrekenbare verliezen box 2 (eventueel om te zetten in belastingkorting box 1)
= Belastbaar inkomen box 1 Belastbaar inkomen box 2 Grondslag sparen en beleggen box 3
+/- BELASTING (CIJFERS 2019)
+/+ belasting box 1: tarieven oplopend tot 51,75% over het belastbaar inkomen belasting box 2: tarief van 25% over het belastbaar inkomen belasting box 3: tarief van 30% over het fictief rendement (oplopend van 1,94% tot 5,60%) op de grondslag sparen en beleggen
-/- belastingaftrek i.v.m. buitenlands inkomen belastingaftrek i.v.m. buitenlands inkomen belastingaftrek i.v.m. buitenlandse bezittingen/bronbelasting
= Gecombineerde inkomensheffing box 1, 2 en 3
-/- Gecombineerde heffingskorting
-/- Loonheffing / Dividendbelasting
+/- Voorlopige teruggaaf / Voorlopige aanslag
= Belasting te betalen / te ontvangen
B. Buitenlands belastingplichtige

Buitenlands belastingplichtigen hoeven slechts een deel van de bovengenoemde inkomsten op te geven. Daarentegen zijn niet alle aftrekposten van toepassing:

  • In box 1 wordt alleen het ‘inkomen uit werk en woning in Nederland’ belast.
  • In box 2 wordt alleen het ‘inkomen uit aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigde vennootschap’ belast.
  • In box 3 wordt alleen het ‘inkomen uit sparen en beleggen in Nederland’ belast. Dit betreft:
    • In Nederland gelegen onroerende zaken of rechten die daar (in)direct betrekking op hebben.
    • Rechten op aandelen in de winst van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd.
  • Er bestaat in beginsel geen recht op de persoonsgebonden aftrek, de aftrek van uitgaven voor inkomensvoorzieningen en een deel van de heffingskortingen. Dit kan anders zijn voor inwoners van België, Suriname of Aruba en als de regeling voor de ‘kwalificerende buitenlandse belastingplichtige’ geldt.

3. Wanneer moet de aangifte worden gedaan?

Aangifte 2019

Indien uitgenodigd door de belastingdienst voor de aangifte 2019, dan kan de aangifte vanaf 1 maart 2020 worden ingediend en dient deze uiterlijk 30 april 2020 binnen te zijn. Als de aangifte vóór 1 april is ingediend dan reageert de belastingdienst gegarandeerd voor 1 juli 2020.

Als uitstel is verleend dan kan de aangifte uiteraard later worden ingediend. Als de aangifte is opgenomen in de Uitstelregeling voor belastingconsulenten dan loopt het uitstel uiterlijk tot 1 mei 2021.

Indien niet uitgenodigd om aangifte te doen dan kan tot 5 jaar terug aangifte worden gedaan. Dat wil zeggen: tot 31 december 2020 kan nog een aangifte over 2015 worden ingediend, tot 31 december 2021 over 2016, etc.

Bart van der Veeken